Derde Twinningfaciliteit Suriname-Nederland op komst

13-06-2017

In 2005 zijn Nederland en Suriname de Twinningfaciliteit Suriname-Nederland gestart. De Twinningfaciliteit is een subsidiefonds om de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties uit Nederland en Suriname te bevorderen.

Het initiatief kwam voort uit de wens van Nederland om, na het aflopen van de hulprelatie met Suriname, een nieuwe invulling te geven aan de onderlinge band. De overheid doet waar mogelijk een stap terug, maar blijft wel samenwerking, uitwisseling van contacten en kennis tussen beide samenlevingen faciliteren.

De eerste Twinningfaciliteit (Twinning I) liep van 2008-2012 en had een totaalbudget van € 11,7 miljoen. De tweede Twinningfaciliteit (TWINNS; Twinning II) startte in 2013. Ook Twinning II had als doel het maatschappelijk middenveld in Suriname te versterken en de sociale banden tussen Nederland en Suriname te bevorderen. Alleen werd Twinning II beperkt tot projecten in de sectoren onderwijs en opleiding, zorg en welzijn, en taal en cultuur en werd er onderscheid gemaakt tussen grote (maximaal € 200.000) en kleine projecten (maximaal € 40.000). Het beschikbare subsidiebedrag bedroeg € 6,5 miljoen. In totaal werden 47 projecten gefinancierd.

Inmiddels is ook Twinning II (2013-2016) geëvalueerd. De centrale vraag van deze evaluatie was of Twinning II een goed instrument is geweest om het maatschappelijk middenveld in Suriname te versterken. Uit de evaluatie kan worden opgemaakt dat Twinning II heeft bijgedragen aan de door het kabinet gewenste vermaatschappelijking van de relatie met Suriname en dat het een goed instrument is geweest om het Surinaamse maatschappelijk middenveld te versterken.

Vervolg Twinningfaciliteit
De evaluatie heeft enkele waardevolle aanbevelingen gegeven voor de toekomst, ten aanzien van onder andere financieel beheer, het aantal aanvraagrondes en de duurzaamheid van projecten. Door de positieve uitkomst van de evaluatie heeft het kabinet dan ook besloten een bedrag van € 6,5 miljoen ter beschikking te stellen voor een derde Twinningfaciliteit voor de periode 2017-2020. De aanbevelingen zullen worden meegenomen in de opstelling van het beleidskader voor deze derde Twinningfaciliteit.

Voor meer informatie zie: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2017Z08001&did=2017D16837

Wilt u op de hoogte blijven van de Twinningfaciliteit 2017-2020, geef uw interesse dan door via arnoud@vet-advice.com.

Bron: vindsubsidies.nl

Nieuwe internationaliseringsregeling voor scholen komt nog deze maand

12-05-2017

Staatssecretaris Dekker (OCW) wil nog deze maand de nieuwe subsidieregeling voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs publiceren. Vervolgens moeten scholen met ingang van juni aanvragen voor het komende schooljaar kunnen indienen.

Dekker heeft dat laten weten in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij vragen beantwoordt over de in maart naar de Kamer gestuurde ontwerpregeling (zie ook ons bericht van 27 maart 2017: “Nieuwe internationaliseringsregeling primair en voortgezet onderwijs”).

Over de regeling
De nieuwe regeling zal officieel worden aangehaald als de Subsidieregeling Internationalisering po en vo. Vanuit de regeling – opvolger van de Subsidieregeling VIOS PO en VO (VIOS) – kan subsidie worden verstrekt ten behoeve van de introductie of verdere ontwikkeling van internationalisering in het schoolbeleid.

Te ondersteunen activiteiten kunnen betrekking hebben op:

  • invoering of verdere ontwikkeling van vvto (vroeg vreemde talen onderwijs in het primair onderwijs), tto (tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs), Elos (internationaliseringsprogramma voor het voortgezet onderwijs), International Primary Curriculum of soortgelijk internationaliserend onderwijsconcept in het schoolbeleid;
  • mobiliteit:
    • leerlingenmobiliteit: samenwerking of uitwisseling van leerlingen met een buitenlandse partnerinstelling;
    • lerarenmobiliteit: nascholing in het buitenland van leraren, schoolleiders en lerarenopleiders;
    • studentenstages: onderwijskundige stages met een onderzoekscomponent in het buitenland van studenten, niet zijnde extranei, die een lerarenopleiding volgen aan een instelling voor hoger onderwijs.

Om spreiding van middelen te waarborgen, geldt een maximaal te verstrekken subsidiebedrag per instelling per schooljaar. De berekening van de maximale subsidie wordt allereerst getoetst op het niveau van de vestiging, aan de hand van het zescijferig Brin-nummer van de instelling. Vervolgens wordt getoetst hoeveel subsidie de instelling als geheel ontvangt, een maximum voor het viercijferig Brin-nummer. Daarnaast worden bepaalde maximale subsidies gehanteerd per onderdeel van de regeling.

Aanvragen kunnen bij Stichting Nuffic worden ingediend vanaf 15 april voorafgaand aan het schooljaar waarin de activiteiten plaatsvinden. Het subsidieplafond bedraagt voor het schooljaar 2017-2018 € 1.710.000 en voor de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 telkens € 832.000. Het beschikbare bedrag wordt telkens verdeeld in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Wilt u ondersteuning bij de aanvraag van deze subsidie, zoek dan contact via arnoud@vet-advice.com.